Op dinsdag 18 augustus 2026 stonden er pompen op het terrein van de Westsluis in Terneuzen. Ze deden niets. Ze waren geplaatst voor het geval dat: als het waterpeil in het Kanaal Gent-Terneuzen verder zakt, kunnen ze water uit de Westerschelde het kanaal in brengen, samen zo’n 3,5 kubieke meter per seconde. Niet om de scheepvaart weer op gang te helpen, en zeker niet om het kanaal minder zout te maken. Wel om te voorkomen dat de oevers van een van de drukste industriele vaarwegen van Noordwest-Europa bij een te laag peil beschadigd raken.

Dat is de kern van de situatie op dit kanaal in de zomer van 2026: bijna elke maatregel die het ene probleem verlicht, verergert een ander.

Een kanaal dat van twee kanten wordt gevoed

Het Kanaal Gent-Terneuzen verbindt de haven van Gent via Zeeuws-Vlaanderen met de Westerschelde. Het is geen rivier: het heeft geen eigen stroomgebied dat het vanzelf met zoet water vult. Het zoete water komt vrijwel volledig uit Vlaanderen, via de aanvoer bij Evergem. Aan de andere kant, bij Terneuzen, staat het kanaal via drie zeesluizen in verbinding met een zoute zeearm. Elke schutting laat zout water naar binnen.

In een normaal jaar houden die twee elkaar in evenwicht. De zoetwateraanvoer vanuit het zuiden drukt het zout dat via de sluizen binnenkomt terug richting zee, en het chloridegehalte blijft in de buurt van de streefwaarde van 3.000 milligram per liter. Zakt die aanvoer weg, dan verschuift het evenwicht: het zoute water dringt verder door richting Gent en het peil in het kanaal daalt.

Precies dat gebeurde deze zomer. Waar het chloridegehalte begin juli nog rond 8.000 tot 8.500 milligram per liter lag, werd in augustus bijna 9.900 milligram per liter gemeten. Ruim drie keer de streefwaarde. Het kanaalpeil schommelde rond de 15 centimeter onder het streefpeil.

De landelijke droogte, en waarom die hier maar deels het verhaal is

Nederland zit sinds half juli 2026 op niveau 2 van de nationale opschalingsladder: feitelijk watertekort. De Rijnafvoer bij Lobith daalde begin augustus tot ruim boven de 600 kubieke meter per seconde, de laagste waarde voor deze tijd van het jaar in een meetreeks die teruggaat tot 1901. De Landelijke Coordinatiecommissie Waterverdeling past de verdringingsreeks toe, waterschappen stellen onttrekkingsverboden in en de binnenvaart vaart landelijk met beperkte diepgang.

Voor omgevingsmanagers is het verleidelijk om het Kanaal Gent-Terneuzen als een zoveelste hoofdstuk van dat landelijke verhaal te lezen. Dat klopt maar half. Dit kanaal hangt niet aan de Rijn en niet aan het IJsselmeer. Het hangt aan een aanvoer die aan de andere kant van de landsgrens wordt beheerd, in een gebied dat zelf ook droog is. De Nederlandse verdringingsreeks bepaalt niet hoeveel water er bij Evergem het kanaal in gaat. Dat maakt de afweging hier fundamenteel anders dan bij een Nederlandse hoofdwatergang: de belangrijkste knop zit niet op het eigen bedieningspaneel.

Wat de sluizen laten zien

De ingreep die het meest zichtbaar is voor de omgeving, zit bij de sluizen. Om zo min mogelijk zout binnen te laten en het peil te sparen, wordt er alleen nog geschut in gunstige delen van het getij. In de loop van de zomer werden die vensters steeds smaller: de Nieuwe Sluis en de Oostsluis schutten nog in een beperkt aantal uren rond laagwater, en de Westsluis is sinds donderdag 13 augustus 18.30 uur volledig gestremd. De maximale diepgang op het kanaal werd teruggebracht tot ruim twaalf meter, waardoor zeeschepen niet volgeladen kunnen varen.

Voor de haven betekent dat concreet: minder schuttingen, langere wachttijden en ladingen die deels ergens anders moeten worden verwerkt. North Sea Port, de grensoverschrijdende havenautoriteit van Gent, Terneuzen en Vlissingen, houdt sinds begin juli een doorlopende update bij voor klanten, met per datum de actuele schutvensters, diepgang en zoutmetingen, plus het advies om flexibiliteit in de logistieke planning in te bouwen.

Dat is meer dan een servicebericht. Het is in de praktijk het belangrijkste omgevingsinstrument van dit dossier: een gedeelde, frequent bijgewerkte feitenbasis waar Nederlandse en Vlaamse waterbeheerders, terminals, reders en fabrieken hun eigen beslissingen op nemen. Wie zelf geen invloed heeft op de maatregel, heeft op zijn minst recht op voorspelbaarheid over de gevolgen.

Pompen met zout water is geen oplossing, maar wel een keuze

De pompen bij de Westsluis maken de logica van dit dossier pijnlijk zichtbaar. Het water dat zij zouden verplaatsen komt uit de Westerschelde en is zout. Rijkswaterstaat is daar open over: inzet van de pompen helpt nauwelijks tegen het zoutgehalte in het kanaal, dat door de droogte toch al hoog is. De pompen dienen een ander doel, namelijk voorkomen dat het peil zo ver zakt dat de kanaaloevers instabiel worden.

Op 18 augustus stonden ze klaar zonder te draaien. Het peil wordt samen met de Vlaamse waterbeheerders gevolgd, en de pompen kunnen direct worden ingezet als dat nodig is.

In omgevingstermen is dit een klassieke situatie waarin een beheerder een maatregel voorbereidt die voor de ene belanghebbende noodzakelijk is en voor de andere een verslechtering betekent. Wie langs het kanaal proces- of koelwater inneemt, ziet vooral extra zout. Wie verantwoordelijk is voor de constructieve toestand van de oevers, ziet vooral risico afnemen. Beide hebben gelijk. De enige manier om daar doorheen te komen, is expliciet zijn over welk belang op welk moment voorgaat en waarom, in plaats van de maatregel te presenteren als een neutrale technische handeling.

Wie er aan dit kanaal staat

De belangenkaart is ongewoon dicht bezet voor een vaarweg van ongeveer dertig kilometer.

Industrie. Langs het kanaal nemen tientallen bedrijven water in voor hun processen en voor koeling. Een hoog zoutgehalte betekent corrosie in leidingen en koeltorens en extra kosten voor voorbehandeling. Staalproducent ArcelorMittal in Gent investeerde eerder al in een ontziltingsinstallatie.

Scheepvaart en haven. Beperkte diepgang en smallere schutvensters raken de bedrijfszekerheid van de hele corridor Gent-Terneuzen, in een haven die met de Nieuwe Sluis juist grotere schepen wilde bedienen.

Landbouw. Aan Vlaamse zijde gelden in droge zomers al langer captatieverboden in het Meetjesland en het Waasland. Zout beregeningswater is voor veel teelten onbruikbaar.

Natuur. Verzilting van het kanaal en de aangrenzende watergangen heeft ecologische gevolgen, van aquatische levensgemeenschappen tot soorten in de oeverzones.

Wat deze groepen gemeen hebben, is dat geen van hen een eigen knop heeft. Ze zijn alle vier afhankelijk van beslissingen die door twee overheden in twee landen worden genomen, in een systeem waarin de sluisbediening en de zoetwateraanvoer niet bij dezelfde partij liggen.

De sluis die het vraagstuk groter maakte

Er zit een ongemakkelijke kant aan dit dossier die zelden hardop wordt benoemd. De Nieuwe Sluis Terneuzen, 427 meter lang, 55 meter breed en 16,44 meter diep en sinds 1 augustus 2025 volledig in gebruik, is een van de grootste sluizen ter wereld en precies gebouwd om de bereikbaarheid van de kanaalzone te vergroten. Maar een grotere kolk betekent per schutting ook meer uitwisseling van zout water. De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie hield daar op voorhand rekening mee: met de nieuwe sluis en groeiende scheepvaart is volgens modelberekeningen een zoetwateraanvoer van ongeveer 13 kubieke meter per seconde nodig om het kanaal binnen de normen te houden.

Dat is geen ontwerpfout, maar wel een voorbeeld van een opgave die zich pas na oplevering in volle omvang laat zien. De bereikbaarheid is verbeterd, de waterkwaliteit is kwetsbaarder geworden, en de compenserende maatregelen lopen achter op de sluis die ze zouden moeten compenseren.

Om die reden wordt op operationeel niveau gestuurd op slimmer schutten: schepen zoveel mogelijk samen schutten zodat de deuren minder vaak open hoeven, ondersteund door een beslissingsondersteunend systeem voor de kanaalzone dat sluisbedienaars helpt kiezen welke kolk op welk moment wordt gebruikt.

Wat er structureel op tafel ligt

De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie liet een werkgroep meerdere scenario’s uitwerken. Het pakket dat daaruit naar voren kwam, draait om het afkoppelen van de Moervaart van het kanaalsysteem, met een sluis, een stuw en een vispassage, geraamd op ongeveer 34 miljoen euro. Daarnaast worden een permanente pompinstallatie bij de zeesluis en aanvullende ontzilting bij bedrijven onderzocht. Zonder maatregelen loopt de economische schade volgens de commissie in de komende eeuw op tot ongeveer een half miljard euro, vooral doordat de sluizen dan steeds vaker dicht moeten om verdere verzilting te beperken.

Aan die getallen zit een omgevingsopgave vast die nu al begint. Het afkoppelen van de Moervaart raakt de scheepvaart op die vaarweg, het waterbeheer in het achterland en de ecologie. Een permanente pompinstallatie die zout water inlaat, vraagt eerst onderzoek naar corrosie en naar ecologische effecten voordat er iets vergunbaar is. En de doorlooptijd van studie tot werkende voorziening loopt in de orde van jaren tot meer dan een decennium, terwijl de zomers waarin het misgaat elkaar sneller opvolgen dan dat.

Stand van zaken en vooruitblik

Half augustus 2026 is de situatie als volgt: een landelijk feitelijk watertekort dat volgens de landelijke coordinatie nog maanden kan aanhouden, een kanaal dat ruim drie keer zo zout is als de streefwaarde, een volledig gestremde Westsluis, beperkte schutvensters op de twee andere kolken, verlaagde diepgang, en pompen die klaarstaan om zout water in te laten als de oevers dat vragen.

Voor omgevingsmanagers is dit dossier om drie redenen leerzaam. Ten eerste laat het zien dat schaarste zich niet met techniek alleen laat oplossen: als er te weinig zoet water is, valt er alleen nog te verdelen. Ten tweede laat het zien wat er gebeurt als de beslissende knop buiten de eigen jurisdictie ligt, en hoe waardevol een gezamenlijke, publieke feitenbasis dan wordt. En ten derde laat het zien dat een project dat volgens plan is opgeleverd, een opgave kan achterlaten die bij de besluitvorming nog niet in volle omvang zichtbaar was.

De pompen bij de Westsluis staan er voorlopig. Of ze deze zomer nog gaan draaien, hangt af van regen die tot nu toe uitbleef.

Bronnen